Selected

Original Text
Fred Leemhuis

Available Translations

37 Aş-Şāffāt ٱلصَّافَّات

< Previous   182 Āyah   Those who set the Ranks      Next >  

بِسْمِ اللَّهِ الرَّحْمَٰنِ الرَّحِيمِ
In the name of Allah, Most Gracious, Most Merciful.

37:1 وَٱلصَّـٰٓفَّـٰتِ صَفًّا
37:1
Fred Leemhuis (Dutch) :
Bij de zich in rijen opstellenden,

37:2 فَٱلزَّٰجِرَٰتِ زَجْرًا
37:2
Fred Leemhuis (Dutch) :
de scheldend afschrikkenden

37:3 فَٱلتَّـٰلِيَـٰتِ ذِكْرًا
37:3
Fred Leemhuis (Dutch) :
en een vermaning voorlezenden!

37:4 إِنَّ إِلَـٰهَكُمْ لَوَٰحِدٌ
37:4
Fred Leemhuis (Dutch) :
Voorwaar, jullie god is één,

37:5 رَّبُّ ٱلسَّمَـٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ وَمَا بَيْنَهُمَا وَرَبُّ ٱلْمَشَـٰرِقِ
37:5
Fred Leemhuis (Dutch) :
de Heer van de hemelen, de aarde en wat er tussen beide is en de Heer van de plaatsen van opkomst.

37:6 إِنَّا زَيَّنَّا ٱلسَّمَآءَ ٱلدُّنْيَا بِزِينَةٍ ٱلْكَوَاكِبِ
37:6
Fred Leemhuis (Dutch) :
Wij hebben de dichtstbijzijnde hemel met de pracht van de sterren opgesierd

37:7 وَحِفْظًا مِّن كُلِّ شَيْطَـٰنٍ مَّارِدٍ
37:7
Fred Leemhuis (Dutch) :
om ook elke opstandige satan af te weren,

37:8 لَّا يَسَّمَّعُونَ إِلَى ٱلْمَلَإِ ٱلْأَعْلَىٰ وَيُقْذَفُونَ مِن كُلِّ جَانِبٍ
37:8
Fred Leemhuis (Dutch) :
zodat zij niet naar de allerhoogste raad van voornaamsten kunnen luisteren. En er wordt van elke kant tegen hen aan gegooid

37:9 دُحُورًا ۖ وَلَهُمْ عَذَابٌ وَاصِبٌ
37:9
Fred Leemhuis (Dutch) :
om hen te verjagen -- en voor hen is er een voortdurende bestraffing --

37:10 إِلَّا مَنْ خَطِفَ ٱلْخَطْفَةَ فَأَتْبَعَهُۥ شِهَابٌ ثَاقِبٌ
37:10
Fred Leemhuis (Dutch) :
behalve als iemand toch iets opvangt; hij wordt dan achtervolgd door een brandende staartster.

37:11 فَٱسْتَفْتِهِمْ أَهُمْ أَشَدُّ خَلْقًا أَم مَّنْ خَلَقْنَآ ۚ إِنَّا خَلَقْنَـٰهُم مِّن طِينٍ لَّازِبٍۭ
37:11
Fred Leemhuis (Dutch) :
Vraag hun maar om uitsluitsel of zij het moeilijkst te scheppen zijn of anderen die Wij geschapen hebben; hen hebben Wij van kleverige klei geschapen.

37:12 بَلْ عَجِبْتَ وَيَسْخَرُونَ
37:12
Fred Leemhuis (Dutch) :
Nee, jij bent verbaasd, maar zij schimpen.

37:13 وَإِذَا ذُكِّرُوا۟ لَا يَذْكُرُونَ
37:13
Fred Leemhuis (Dutch) :
Wanneer zij vermaand worden gedenken zij niet.

37:14 وَإِذَا رَأَوْا۟ ءَايَةً يَسْتَسْخِرُونَ
37:14
Fred Leemhuis (Dutch) :
Wanneer zij een teken zien lachen zij schamper

37:15 وَقَالُوٓا۟ إِنْ هَـٰذَآ إِلَّا سِحْرٌ مُّبِينٌ
37:15
Fred Leemhuis (Dutch) :
en zeggen: "Dit is duidelijk slechts toverij.

37:16 أَءِذَا مِتْنَا وَكُنَّا تُرَابًا وَعِظَـٰمًا أَءِنَّا لَمَبْعُوثُونَ
37:16
Fred Leemhuis (Dutch) :
Wanneer wij gestorven zijn en stof en botten geworden, zullen wij dan opgewekt worden?

37:17 أَوَءَابَآؤُنَا ٱلْأَوَّلُونَ
37:17
Fred Leemhuis (Dutch) :
En onze vaderen dan, die er eertijds waren?"

37:18 قُلْ نَعَمْ وَأَنتُمْ دَٰخِرُونَ
37:18
Fred Leemhuis (Dutch) :
Zeg: "Ja zeker, en jullie zullen onderdanig zijn."

37:19 فَإِنَّمَا هِىَ زَجْرَةٌ وَٰحِدَةٌ فَإِذَا هُمْ يَنظُرُونَ
37:19
Fred Leemhuis (Dutch) :
Dan klinkt slechts één afschrikkende kreet en dan zullen zij [staan te] kijken

37:20 وَقَالُوا۟ يَـٰوَيْلَنَا هَـٰذَا يَوْمُ ٱلدِّينِ
37:20
Fred Leemhuis (Dutch) :
en zeggen: "Wee ons, dit is de oordeelsdag!"

37:21 هَـٰذَا يَوْمُ ٱلْفَصْلِ ٱلَّذِى كُنتُم بِهِۦ تُكَذِّبُونَ
37:21
Fred Leemhuis (Dutch) :
"Dit is de dag van de schifting die jullie hebben geloochend." *

37:22 ۞ ٱحْشُرُوا۟ ٱلَّذِينَ ظَلَمُوا۟ وَأَزْوَٰجَهُمْ وَمَا كَانُوا۟ يَعْبُدُونَ
37:22
Fred Leemhuis (Dutch) :
"Verzamelt hen die onrecht hebben gepleegd, hun echtgenoten en wat zij hebben gediend,

37:23 مِن دُونِ ٱللَّهِ فَٱهْدُوهُمْ إِلَىٰ صِرَٰطِ ٱلْجَحِيمِ
37:23
Fred Leemhuis (Dutch) :
in plaats van God. Voert hen dan op de weg naar het hellevuur.

37:24 وَقِفُوهُمْ ۖ إِنَّهُم مَّسْـُٔولُونَ
37:24
Fred Leemhuis (Dutch) :
En laat hen zich opstellen, want zij moeten verantwoording afleggen."

37:25 مَا لَكُمْ لَا تَنَاصَرُونَ
37:25
Fred Leemhuis (Dutch) :
"Waarom hebben jullie elkaar niet geholpen?"

37:26 بَلْ هُمُ ٱلْيَوْمَ مُسْتَسْلِمُونَ
37:26
Fred Leemhuis (Dutch) :
Maar nee, vandaag geven zij zich over.

37:27 وَأَقْبَلَ بَعْضُهُمْ عَلَىٰ بَعْضٍ يَتَسَآءَلُونَ
37:27
Fred Leemhuis (Dutch) :
Zij komen op elkaar toe om elkaar te ondervragen.

37:28 قَالُوٓا۟ إِنَّكُمْ كُنتُمْ تَأْتُونَنَا عَنِ ٱلْيَمِينِ
37:28
Fred Leemhuis (Dutch) :
Zij zeggen: "Jullie kwamen altijd van rechts op ons toe."

37:29 قَالُوا۟ بَل لَّمْ تَكُونُوا۟ مُؤْمِنِينَ
37:29
Fred Leemhuis (Dutch) :
Zij zeggen: "Welnee, wij waren geen gelovigen

37:30 وَمَا كَانَ لَنَا عَلَيْكُم مِّن سُلْطَـٰنٍۭ ۖ بَلْ كُنتُمْ قَوْمًا طَـٰغِينَ
37:30
Fred Leemhuis (Dutch) :
en wij hadden geen macht over jullie, maar jullie waren onbeschaamde mensen.

37:31 فَحَقَّ عَلَيْنَا قَوْلُ رَبِّنَآ ۖ إِنَّا لَذَآئِقُونَ
37:31
Fred Leemhuis (Dutch) :
En dus is de uitspraak van onze Heer tegen ons bewaarheid. Wij zullen het proeven.

37:32 فَأَغْوَيْنَـٰكُمْ إِنَّا كُنَّا غَـٰوِينَ
37:32
Fred Leemhuis (Dutch) :
Wij hebben jullie misleid, maar wij waren zelf misleid."

37:33 فَإِنَّهُمْ يَوْمَئِذٍ فِى ٱلْعَذَابِ مُشْتَرِكُونَ
37:33
Fred Leemhuis (Dutch) :
Op die dag zijn zij dus deelgenoten in de bestraffing.

37:34 إِنَّا كَذَٰلِكَ نَفْعَلُ بِٱلْمُجْرِمِينَ
37:34
Fred Leemhuis (Dutch) :
Zo doen Wij met de boosdoeners.

37:35 إِنَّهُمْ كَانُوٓا۟ إِذَا قِيلَ لَهُمْ لَآ إِلَـٰهَ إِلَّا ٱللَّهُ يَسْتَكْبِرُونَ
37:35
Fred Leemhuis (Dutch) :
Toen tot hen gezegd werd: "Er is geen god dan God" waren zij hoogmoedig

37:36 وَيَقُولُونَ أَئِنَّا لَتَارِكُوٓا۟ ءَالِهَتِنَا لِشَاعِرٍ مَّجْنُونٍۭ
37:36
Fred Leemhuis (Dutch) :
en zeiden: "Zullen wij onze goden voor een bezeten dichter verlaten?"

37:37 بَلْ جَآءَ بِٱلْحَقِّ وَصَدَّقَ ٱلْمُرْسَلِينَ
37:37
Fred Leemhuis (Dutch) :
Welnee, hij is met de waarheid gekomen en bevestigt de gezondenen.

37:38 إِنَّكُمْ لَذَآئِقُوا۟ ٱلْعَذَابِ ٱلْأَلِيمِ
37:38
Fred Leemhuis (Dutch) :
Maar jullie zullen de pijnlijke bestraffing proeven.

37:39 وَمَا تُجْزَوْنَ إِلَّا مَا كُنتُمْ تَعْمَلُونَ
37:39
Fred Leemhuis (Dutch) :
En aan jullie wordt slechts vergolden wat jullie gedaan hebben.

37:40 إِلَّا عِبَادَ ٱللَّهِ ٱلْمُخْلَصِينَ
37:40
Fred Leemhuis (Dutch) :
Maar [dat geldt] niet voor de toegewijde dienaren van God.

37:41 أُو۟لَـٰٓئِكَ لَهُمْ رِزْقٌ مَّعْلُومٌ
37:41
Fred Leemhuis (Dutch) :
Zij zijn het voor wie er een vastgestelde voorziening is:

37:42 فَوَٰكِهُ ۖ وَهُم مُّكْرَمُونَ
37:42
Fred Leemhuis (Dutch) :
Vruchten; en zij worden geëerd

37:43 فِى جَنَّـٰتِ ٱلنَّعِيمِ
37:43
Fred Leemhuis (Dutch) :
in de tuinen van de gelukzaligheid;

37:44 عَلَىٰ سُرُرٍ مُّتَقَـٰبِلِينَ
37:44
Fred Leemhuis (Dutch) :
op rustbanken zitten zij tegenover elkaar,

37:45 يُطَافُ عَلَيْهِم بِكَأْسٍ مِّن مَّعِينٍۭ
37:45
Fred Leemhuis (Dutch) :
terwijl een drinkbeker bij hen wordt rondgegeven [waarin een drank is] uit een bron,

37:46 بَيْضَآءَ لَذَّةٍ لِّلشَّـٰرِبِينَ
37:46
Fred Leemhuis (Dutch) :
die helderwit is en aangenaam voor de drinkers,

37:47 لَا فِيهَا غَوْلٌ وَلَا هُمْ عَنْهَا يُنزَفُونَ
37:47
Fred Leemhuis (Dutch) :
zonder iets schadelijks erin en waarvan zij niet beneveld raken.

37:48 وَعِندَهُمْ قَـٰصِرَٰتُ ٱلطَّرْفِ عِينٌ
37:48
Fred Leemhuis (Dutch) :
En bij hen zijn gezellinnen met afgewende blikken en met grote ogen,

37:49 كَأَنَّهُنَّ بَيْضٌ مَّكْنُونٌ
37:49
Fred Leemhuis (Dutch) :
alsof zij goed bewaarde eieren zijn.

37:50 فَأَقْبَلَ بَعْضُهُمْ عَلَىٰ بَعْضٍ يَتَسَآءَلُونَ
37:50
Fred Leemhuis (Dutch) :
Zij komen op elkaar toe om elkaar te ondervragen.

37:51 قَالَ قَآئِلٌ مِّنْهُمْ إِنِّى كَانَ لِى قَرِينٌ
37:51
Fred Leemhuis (Dutch) :
Iemand uit hun midden zegt: "Ik had een kameraad,

37:52 يَقُولُ أَءِنَّكَ لَمِنَ ٱلْمُصَدِّقِينَ
37:52
Fred Leemhuis (Dutch) :
die zei: 'Ben jij echt een van hen die denken dat het waar is?

37:53 أَءِذَا مِتْنَا وَكُنَّا تُرَابًا وَعِظَـٰمًا أَءِنَّا لَمَدِينُونَ
37:53
Fred Leemhuis (Dutch) :
Wanneer wij gestorven zijn en stof en botten geworden, zullen wij dan geoordeeld worden??"

37:54 قَالَ هَلْ أَنتُم مُّطَّلِعُونَ
37:54
Fred Leemhuis (Dutch) :
Hij zegt: "Willen jullie naar beneden kijken?"

37:55 فَٱطَّلَعَ فَرَءَاهُ فِى سَوَآءِ ٱلْجَحِيمِ
37:55
Fred Leemhuis (Dutch) :
Dan kijkt hij naar beneden en ziet hem midden in het hellevuur.

37:56 قَالَ تَٱللَّهِ إِن كِدتَّ لَتُرْدِينِ
37:56
Fred Leemhuis (Dutch) :
Hij zegt: "Bij God, bijna had jij mij in het verderf gestort.

37:57 وَلَوْلَا نِعْمَةُ رَبِّى لَكُنتُ مِنَ ٱلْمُحْضَرِينَ
37:57
Fred Leemhuis (Dutch) :
Zonder Gods genade zou ik een van hen geweest zijn die voorgeleid worden.

37:58 أَفَمَا نَحْنُ بِمَيِّتِينَ
37:58
Fred Leemhuis (Dutch) :
Maar wij zijn toch niet dood?

37:59 إِلَّا مَوْتَتَنَا ٱلْأُولَىٰ وَمَا نَحْنُ بِمُعَذَّبِينَ
37:59
Fred Leemhuis (Dutch) :
Alleen onze eerste dood hebben we gehad. En wij worden toch ook niet gestraft?

37:60 إِنَّ هَـٰذَا لَهُوَ ٱلْفَوْزُ ٱلْعَظِيمُ
37:60
Fred Leemhuis (Dutch) :
Dit is de geweldige triomf!

37:61 لِمِثْلِ هَـٰذَا فَلْيَعْمَلِ ٱلْعَـٰمِلُونَ
37:61
Fred Leemhuis (Dutch) :
Iets dergelijks, daar moet men naar toewerken."

37:62 أَذَٰلِكَ خَيْرٌ نُّزُلًا أَمْ شَجَرَةُ ٱلزَّقُّومِ
37:62
Fred Leemhuis (Dutch) :
Is dat beter als gastverblijf of de zakkoemboom?

37:63 إِنَّا جَعَلْنَـٰهَا فِتْنَةً لِّلظَّـٰلِمِينَ
37:63
Fred Leemhuis (Dutch) :
Wij hebben die tot een verzoeking gemaakt voor de onrechtplegers.

37:64 إِنَّهَا شَجَرَةٌ تَخْرُجُ فِىٓ أَصْلِ ٱلْجَحِيمِ
37:64
Fred Leemhuis (Dutch) :
Het is een boom die uit de oorsprong van het hellevuur tevoorschijn komt,

37:65 طَلْعُهَا كَأَنَّهُۥ رُءُوسُ ٱلشَّيَـٰطِينِ
37:65
Fred Leemhuis (Dutch) :
waarvan de knoppen zijn als satanskoppen.

37:66 فَإِنَّهُمْ لَـَٔاكِلُونَ مِنْهَا فَمَالِـُٔونَ مِنْهَا ٱلْبُطُونَ
37:66
Fred Leemhuis (Dutch) :
Daar eten zij van en vullen hun buiken ermee.

37:67 ثُمَّ إِنَّ لَهُمْ عَلَيْهَا لَشَوْبًا مِّنْ حَمِيمٍ
37:67
Fred Leemhuis (Dutch) :
Daaroverheen krijgen zij dan een mengsel van gloeiend water.

37:68 ثُمَّ إِنَّ مَرْجِعَهُمْ لَإِلَى ٱلْجَحِيمِ
37:68
Fred Leemhuis (Dutch) :
Hun terugkeer is dan naar het hellevuur.

37:69 إِنَّهُمْ أَلْفَوْا۟ ءَابَآءَهُمْ ضَآلِّينَ
37:69
Fred Leemhuis (Dutch) :
Zij hebben hun vaderen in dwaling aangetroffen

37:70 فَهُمْ عَلَىٰٓ ءَاثَـٰرِهِمْ يُهْرَعُونَ
37:70
Fred Leemhuis (Dutch) :
en zijn hen achterna gesneld.

37:71 وَلَقَدْ ضَلَّ قَبْلَهُمْ أَكْثَرُ ٱلْأَوَّلِينَ
37:71
Fred Leemhuis (Dutch) :
Voor hun tijd verkeerden de meesten van hen die er eertijds waren al in dwaling,

37:72 وَلَقَدْ أَرْسَلْنَا فِيهِم مُّنذِرِينَ
37:72
Fred Leemhuis (Dutch) :
hoewel Wij in hun midden waarschuwers hadden gezonden.

37:73 فَٱنظُرْ كَيْفَ كَانَ عَـٰقِبَةُ ٱلْمُنذَرِينَ
37:73
Fred Leemhuis (Dutch) :
Kijk dan hoe het einde was van de gewaarschuwden!

37:74 إِلَّا عِبَادَ ٱللَّهِ ٱلْمُخْلَصِينَ
37:74
Fred Leemhuis (Dutch) :
Maar [dat geldt] niet voor de toegewijde dienaren van God.

37:75 وَلَقَدْ نَادَىٰنَا نُوحٌ فَلَنِعْمَ ٱلْمُجِيبُونَ
37:75
Fred Leemhuis (Dutch) :
Noeh had tot Ons geroepen; een voortreffelijk verhoorder [zijn Wij].

37:76 وَنَجَّيْنَـٰهُ وَأَهْلَهُۥ مِنَ ٱلْكَرْبِ ٱلْعَظِيمِ
37:76
Fred Leemhuis (Dutch) :
En Wij redden hem en zijn familie uit de geweldige benardheid

37:77 وَجَعَلْنَا ذُرِّيَّتَهُۥ هُمُ ٱلْبَاقِينَ
37:77
Fred Leemhuis (Dutch) :
en maakten dat het zijn nakomelingen waren die overbleven.

37:78 وَتَرَكْنَا عَلَيْهِ فِى ٱلْـَٔاخِرِينَ
37:78
Fred Leemhuis (Dutch) :
En Wij lieten voor hem een goede naam bij het nageslacht na.

37:79 سَلَـٰمٌ عَلَىٰ نُوحٍ فِى ٱلْعَـٰلَمِينَ
37:79
Fred Leemhuis (Dutch) :
Vrede zij met Noeh onder de wereldbewoners!

37:80 إِنَّا كَذَٰلِكَ نَجْزِى ٱلْمُحْسِنِينَ
37:80
Fred Leemhuis (Dutch) :
Zo belonen Wij hen die goed doen.

37:81 إِنَّهُۥ مِنْ عِبَادِنَا ٱلْمُؤْمِنِينَ
37:81
Fred Leemhuis (Dutch) :
Hij behoort tot Onze gelovige dienaren.

37:82 ثُمَّ أَغْرَقْنَا ٱلْـَٔاخَرِينَ
37:82
Fred Leemhuis (Dutch) :
Toen lieten Wij de anderen verdrinken. *

37:83 ۞ وَإِنَّ مِن شِيعَتِهِۦ لَإِبْرَٰهِيمَ
37:83
Fred Leemhuis (Dutch) :
Tot zijn groepering behoorde ook Ibrahiem.

37:84 إِذْ جَآءَ رَبَّهُۥ بِقَلْبٍ سَلِيمٍ
37:84
Fred Leemhuis (Dutch) :
Toen hij tot zijn Heer kwam met een zuiver hart.

37:85 إِذْ قَالَ لِأَبِيهِ وَقَوْمِهِۦ مَاذَا تَعْبُدُونَ
37:85
Fred Leemhuis (Dutch) :
Toen hij tot zijn vader en zijn volk kwam en zei: "Wat dienen jullie toch?

37:86 أَئِفْكًا ءَالِهَةً دُونَ ٱللَّهِ تُرِيدُونَ
37:86
Fred Leemhuis (Dutch) :
Wensen jullie iets lasterlijks: andere goden in plaats van God?

37:87 فَمَا ظَنُّكُم بِرَبِّ ٱلْعَـٰلَمِينَ
37:87
Fred Leemhuis (Dutch) :
En wat is jullie mening over de Heer van de wereldbewoners?"

37:88 فَنَظَرَ نَظْرَةً فِى ٱلنُّجُومِ
37:88
Fred Leemhuis (Dutch) :
Toen keek hij opmerkzaam naar de sterren

37:89 فَقَالَ إِنِّى سَقِيمٌ
37:89
Fred Leemhuis (Dutch) :
en zei: "Ik ben ziek."

37:90 فَتَوَلَّوْا۟ عَنْهُ مُدْبِرِينَ
37:90
Fred Leemhuis (Dutch) :
Dus keerden zij hem de rug toe.

37:91 فَرَاغَ إِلَىٰٓ ءَالِهَتِهِمْ فَقَالَ أَلَا تَأْكُلُونَ
37:91
Fred Leemhuis (Dutch) :
Toen wendde hij zich tersluiks tot hun goden en zei: "Eten jullie dan niet?

37:92 مَا لَكُمْ لَا تَنطِقُونَ
37:92
Fred Leemhuis (Dutch) :
Waarom spreken jullie niet?"

37:93 فَرَاغَ عَلَيْهِمْ ضَرْبًۢا بِٱلْيَمِينِ
37:93
Fred Leemhuis (Dutch) :
En hij begon ze met zijn rechterhand kapot te slaan.

37:94 فَأَقْبَلُوٓا۟ إِلَيْهِ يَزِفُّونَ
37:94
Fred Leemhuis (Dutch) :
Toen kwamen zij wel op hem toe rennen.

37:95 قَالَ أَتَعْبُدُونَ مَا تَنْحِتُونَ
37:95
Fred Leemhuis (Dutch) :
Hij zei: "Dienen jullie wat jullie zelf uitgehouwen hebben?

37:96 وَٱللَّهُ خَلَقَكُمْ وَمَا تَعْمَلُونَ
37:96
Fred Leemhuis (Dutch) :
Maar God heeft jullie en wat jullie maken geschapen."

37:97 قَالُوا۟ ٱبْنُوا۟ لَهُۥ بُنْيَـٰنًا فَأَلْقُوهُ فِى ٱلْجَحِيمِ
37:97
Fred Leemhuis (Dutch) :
Zij zeiden: "Trekt voor hem een gebouw op en werpt hem dan in het helse vuur."

37:98 فَأَرَادُوا۟ بِهِۦ كَيْدًا فَجَعَلْنَـٰهُمُ ٱلْأَسْفَلِينَ
37:98
Fred Leemhuis (Dutch) :
Zij wilden tegen hem graag een list beramen, maar Wij maakten hen tot de onderliggenden.

37:99 وَقَالَ إِنِّى ذَاهِبٌ إِلَىٰ رَبِّى سَيَهْدِينِ
37:99
Fred Leemhuis (Dutch) :
En hij zei: "Ik ga tot mijn Heer, Hij zal mij op het goede pad brengen.

37:100 رَبِّ هَبْ لِى مِنَ ٱلصَّـٰلِحِينَ
37:100
Fred Leemhuis (Dutch) :
Mijn Heer, schenk mij iemand die rechtschapen is."

37:101 فَبَشَّرْنَـٰهُ بِغُلَـٰمٍ حَلِيمٍ
37:101
Fred Leemhuis (Dutch) :
Daarop verkondigden Wij hem het goede nieuws van een zachtmoedige jongen.

37:102 فَلَمَّا بَلَغَ مَعَهُ ٱلسَّعْىَ قَالَ يَـٰبُنَىَّ إِنِّىٓ أَرَىٰ فِى ٱلْمَنَامِ أَنِّىٓ أَذْبَحُكَ فَٱنظُرْ مَاذَا تَرَىٰ ۚ قَالَ يَـٰٓأَبَتِ ٱفْعَلْ مَا تُؤْمَرُ ۖ سَتَجِدُنِىٓ إِن شَآءَ ٱللَّهُ مِنَ ٱلصَّـٰبِرِينَ
37:102
Fred Leemhuis (Dutch) :
Toen die zover was dat hij met hem mee kon gaan zei hij: "Mijn zoon, ik heb in de slaap gezien dat ik je zal offeren. Zie eens wat jij ervan vindt." Hij zei: "Mijn vader, doe wat je bevolen is. Je zult merken dat ik, als God het wil, iemand ben die geduldig volhardt."

37:103 فَلَمَّآ أَسْلَمَا وَتَلَّهُۥ لِلْجَبِينِ
37:103
Fred Leemhuis (Dutch) :
Toen zij zich beiden [aan Gods wil] overgegeven hadden en hij hem op zijn voorhoofd had neergelegd,

37:104 وَنَـٰدَيْنَـٰهُ أَن يَـٰٓإِبْرَٰهِيمُ
37:104
Fred Leemhuis (Dutch) :
riepen Wij hem: "Ibrahiem!

37:105 قَدْ صَدَّقْتَ ٱلرُّءْيَآ ۚ إِنَّا كَذَٰلِكَ نَجْزِى ٱلْمُحْسِنِينَ
37:105
Fred Leemhuis (Dutch) :
Jij hebt de droom doen uitkomen. Zo belonen Wij hen die goed doen.

37:106 إِنَّ هَـٰذَا لَهُوَ ٱلْبَلَـٰٓؤُا۟ ٱلْمُبِينُ
37:106
Fred Leemhuis (Dutch) :
Dit was duidelijk een beproeving."

37:107 وَفَدَيْنَـٰهُ بِذِبْحٍ عَظِيمٍ
37:107
Fred Leemhuis (Dutch) :
En Wij gaven voor hem een geweldig offer in de plaats.

37:108 وَتَرَكْنَا عَلَيْهِ فِى ٱلْـَٔاخِرِينَ
37:108
Fred Leemhuis (Dutch) :
En Wij lieten voor hem een goede naam bij het nageslacht na.

37:109 سَلَـٰمٌ عَلَىٰٓ إِبْرَٰهِيمَ
37:109
Fred Leemhuis (Dutch) :
Vrede zij met Ibrahiem!

37:110 كَذَٰلِكَ نَجْزِى ٱلْمُحْسِنِينَ
37:110
Fred Leemhuis (Dutch) :
Zo belonen Wij hen die goed doen.

37:111 إِنَّهُۥ مِنْ عِبَادِنَا ٱلْمُؤْمِنِينَ
37:111
Fred Leemhuis (Dutch) :
Hij behoort tot Onze gelovige dienaren.

37:112 وَبَشَّرْنَـٰهُ بِإِسْحَـٰقَ نَبِيًّا مِّنَ ٱلصَّـٰلِحِينَ
37:112
Fred Leemhuis (Dutch) :
En Wij verkondigden hem het goede nieuws van Ishaak die een profeet uit het midden van de rechtschapenen zou zijn.

37:113 وَبَـٰرَكْنَا عَلَيْهِ وَعَلَىٰٓ إِسْحَـٰقَ ۚ وَمِن ذُرِّيَّتِهِمَا مُحْسِنٌ وَظَالِمٌ لِّنَفْسِهِۦ مُبِينٌ
37:113
Fred Leemhuis (Dutch) :
Wij zegenden hem en Ishaak. En onder hun nageslacht zijn er die goed doen en die zich duidelijk onrecht aandoen.

37:114 وَلَقَدْ مَنَنَّا عَلَىٰ مُوسَىٰ وَهَـٰرُونَ
37:114
Fred Leemhuis (Dutch) :
Wij hebben aan Moesa en Haroen een gunst bewezen.

37:115 وَنَجَّيْنَـٰهُمَا وَقَوْمَهُمَا مِنَ ٱلْكَرْبِ ٱلْعَظِيمِ
37:115
Fred Leemhuis (Dutch) :
En Wij redden hen beiden en hun volk uit de geweldige benardheid.

37:116 وَنَصَرْنَـٰهُمْ فَكَانُوا۟ هُمُ ٱلْغَـٰلِبِينَ
37:116
Fred Leemhuis (Dutch) :
Wij hielpen hen en dus waren zij de overwinnaars.

37:117 وَءَاتَيْنَـٰهُمَا ٱلْكِتَـٰبَ ٱلْمُسْتَبِينَ
37:117
Fred Leemhuis (Dutch) :
En Wij gaven hun beiden het overduidelijke boek

37:118 وَهَدَيْنَـٰهُمَا ٱلصِّرَٰطَ ٱلْمُسْتَقِيمَ
37:118
Fred Leemhuis (Dutch) :
en leidden hen op de juiste weg.

37:119 وَتَرَكْنَا عَلَيْهِمَا فِى ٱلْـَٔاخِرِينَ
37:119
Fred Leemhuis (Dutch) :
En Wij lieten voor hen een goede naam bij het nageslacht na.

37:120 سَلَـٰمٌ عَلَىٰ مُوسَىٰ وَهَـٰرُونَ
37:120
Fred Leemhuis (Dutch) :
Vrede zij met Moesa en Haroen!

37:121 إِنَّا كَذَٰلِكَ نَجْزِى ٱلْمُحْسِنِينَ
37:121
Fred Leemhuis (Dutch) :
Zo belonen Wij hen die goed doen.

37:122 إِنَّهُمَا مِنْ عِبَادِنَا ٱلْمُؤْمِنِينَ
37:122
Fred Leemhuis (Dutch) :
Zij behoren tot Onze gelovige dienaren.

37:123 وَإِنَّ إِلْيَاسَ لَمِنَ ٱلْمُرْسَلِينَ
37:123
Fred Leemhuis (Dutch) :
Ook Iljaas behoorde tot de gezondenen.

37:124 إِذْ قَالَ لِقَوْمِهِۦٓ أَلَا تَتَّقُونَ
37:124
Fred Leemhuis (Dutch) :
Toen hij tot zijn volk zei: "Zullen jullie niet godvrezend worden?

37:125 أَتَدْعُونَ بَعْلًا وَتَذَرُونَ أَحْسَنَ ٱلْخَـٰلِقِينَ
37:125
Fred Leemhuis (Dutch) :
Roepen jullie Baäl aan en verlaten jullie de beste van de scheppers,

37:126 ٱللَّهَ رَبَّكُمْ وَرَبَّ ءَابَآئِكُمُ ٱلْأَوَّلِينَ
37:126
Fred Leemhuis (Dutch) :
God, jullie Heer en de Heer van jullie vaderen die er eertijds waren?"

37:127 فَكَذَّبُوهُ فَإِنَّهُمْ لَمُحْضَرُونَ
37:127
Fred Leemhuis (Dutch) :
Maar zij betichtten hem van leugens en dus worden zij zeker voorgeleid.

37:128 إِلَّا عِبَادَ ٱللَّهِ ٱلْمُخْلَصِينَ
37:128
Fred Leemhuis (Dutch) :
Maar [dat geldt] niet voor de toegewijde dienaren van God.

37:129 وَتَرَكْنَا عَلَيْهِ فِى ٱلْـَٔاخِرِينَ
37:129
Fred Leemhuis (Dutch) :
En Wij lieten voor hem een goede naam bij het nageslacht na.

37:130 سَلَـٰمٌ عَلَىٰٓ إِلْ يَاسِينَ
37:130
Fred Leemhuis (Dutch) :
Vrede zij met Il-jasien!

37:131 إِنَّا كَذَٰلِكَ نَجْزِى ٱلْمُحْسِنِينَ
37:131
Fred Leemhuis (Dutch) :
Zo belonen Wij hen die goed doen.

37:132 إِنَّهُۥ مِنْ عِبَادِنَا ٱلْمُؤْمِنِينَ
37:132
Fred Leemhuis (Dutch) :
Hij behoort tot Onze gelovige dienaren.

37:133 وَإِنَّ لُوطًا لَّمِنَ ٱلْمُرْسَلِينَ
37:133
Fred Leemhuis (Dutch) :
Ook Loet behoorde tot de gezondenen.

37:134 إِذْ نَجَّيْنَـٰهُ وَأَهْلَهُۥٓ أَجْمَعِينَ
37:134
Fred Leemhuis (Dutch) :
Toen Wij hem en zijn familie allen tezamen redden,

37:135 إِلَّا عَجُوزًا فِى ٱلْغَـٰبِرِينَ
37:135
Fred Leemhuis (Dutch) :
behalve een oude vrouw [die] bij de achterblijvers [bleef].

37:136 ثُمَّ دَمَّرْنَا ٱلْـَٔاخَرِينَ
37:136
Fred Leemhuis (Dutch) :
Toen vernietigden Wij de anderen.

37:137 وَإِنَّكُمْ لَتَمُرُّونَ عَلَيْهِم مُّصْبِحِينَ
37:137
Fred Leemhuis (Dutch) :
Jullie komen er immers nog voorbij, 's morgens

37:138 وَبِٱلَّيْلِ ۗ أَفَلَا تَعْقِلُونَ
37:138
Fred Leemhuis (Dutch) :
en 's nachts. Hebben jullie dan geen verstand?

37:139 وَإِنَّ يُونُسَ لَمِنَ ٱلْمُرْسَلِينَ
37:139
Fred Leemhuis (Dutch) :
Ook Joenoes behoorde tot de gezondenen.

37:140 إِذْ أَبَقَ إِلَى ٱلْفُلْكِ ٱلْمَشْحُونِ
37:140
Fred Leemhuis (Dutch) :
Toen hij naar het volbeladen schip wegliep

37:141 فَسَاهَمَ فَكَانَ مِنَ ٱلْمُدْحَضِينَ
37:141
Fred Leemhuis (Dutch) :
en het lot wierp; maar hij was een van de verliezers.

37:142 فَٱلْتَقَمَهُ ٱلْحُوتُ وَهُوَ مُلِيمٌ
37:142
Fred Leemhuis (Dutch) :
Toen slokte de vis hem op, laakbaar als hij was.

37:143 فَلَوْلَآ أَنَّهُۥ كَانَ مِنَ ٱلْمُسَبِّحِينَ
37:143
Fred Leemhuis (Dutch) :
En als hij niet tot hen die lofprijzen behoord had,

37:144 لَلَبِثَ فِى بَطْنِهِۦٓ إِلَىٰ يَوْمِ يُبْعَثُونَ
37:144
Fred Leemhuis (Dutch) :
dan was hij in zijn buik gebleven tot de dag waarop men wordt opgewekt. *

37:145 ۞ فَنَبَذْنَـٰهُ بِٱلْعَرَآءِ وَهُوَ سَقِيمٌ
37:145
Fred Leemhuis (Dutch) :
Wij wierpen hem toen, ziek als hij was, op een onbegroeide plaats.

37:146 وَأَنۢبَتْنَا عَلَيْهِ شَجَرَةً مِّن يَقْطِينٍ
37:146
Fred Leemhuis (Dutch) :
En Wij lieten boven hem een pompoenplant groeien.

37:147 وَأَرْسَلْنَـٰهُ إِلَىٰ مِا۟ئَةِ أَلْفٍ أَوْ يَزِيدُونَ
37:147
Fred Leemhuis (Dutch) :
En Wij zonden hem naar honderdduizend [mensen] -- of het waren er nog meer --

37:148 فَـَٔامَنُوا۟ فَمَتَّعْنَـٰهُمْ إِلَىٰ حِينٍ
37:148
Fred Leemhuis (Dutch) :
die toen geloofden. Hen lieten Wij toen nog een tijd genieten.

37:149 فَٱسْتَفْتِهِمْ أَلِرَبِّكَ ٱلْبَنَاتُ وَلَهُمُ ٱلْبَنُونَ
37:149
Fred Leemhuis (Dutch) :
Vraag hun dan om uitsluitsel of jouw Heer de dochters heeft en zij de zonen.

37:150 أَمْ خَلَقْنَا ٱلْمَلَـٰٓئِكَةَ إِنَـٰثًا وَهُمْ شَـٰهِدُونَ
37:150
Fred Leemhuis (Dutch) :
Of hebben Wij de engelen als vrouwelijke wezens geschapen terwijl zij er getuige van waren?

37:151 أَلَآ إِنَّهُم مِّنْ إِفْكِهِمْ لَيَقُولُونَ
37:151
Fred Leemhuis (Dutch) :
Met hun lasterlijke leugen zeggen zij immers:

37:152 وَلَدَ ٱللَّهُ وَإِنَّهُمْ لَكَـٰذِبُونَ
37:152
Fred Leemhuis (Dutch) :
"God heeft kinderen verwekt." Leugenaars zijn zij!

37:153 أَصْطَفَى ٱلْبَنَاتِ عَلَى ٱلْبَنِينَ
37:153
Fred Leemhuis (Dutch) :
Heeft Hij de dochters boven de zonen verkozen?

37:154 مَا لَكُمْ كَيْفَ تَحْكُمُونَ
37:154
Fred Leemhuis (Dutch) :
Wat is er met jullie? Hoe kunnen jullie oordelen?

37:155 أَفَلَا تَذَكَّرُونَ
37:155
Fred Leemhuis (Dutch) :
Laten jullie je dan niet vermanen?

37:156 أَمْ لَكُمْ سُلْطَـٰنٌ مُّبِينٌ
37:156
Fred Leemhuis (Dutch) :
Of hebben jullie een duidelijke machtiging?

37:157 فَأْتُوا۟ بِكِتَـٰبِكُمْ إِن كُنتُمْ صَـٰدِقِينَ
37:157
Fred Leemhuis (Dutch) :
Brengt dan jullie boek als jullie gelijk hebben.

37:158 وَجَعَلُوا۟ بَيْنَهُۥ وَبَيْنَ ٱلْجِنَّةِ نَسَبًا ۚ وَلَقَدْ عَلِمَتِ ٱلْجِنَّةُ إِنَّهُمْ لَمُحْضَرُونَ
37:158
Fred Leemhuis (Dutch) :
En zij hebben verwantschap tussen Hem en de djinn gefabriceerd, maar de djinn weten dat zij zullen worden voorgeleid --

37:159 سُبْحَـٰنَ ٱللَّهِ عَمَّا يَصِفُونَ
37:159
Fred Leemhuis (Dutch) :
God zij geprezen, verheven als Hij is boven wat zij toeschrijven --

37:160 إِلَّا عِبَادَ ٱللَّهِ ٱلْمُخْلَصِينَ
37:160
Fred Leemhuis (Dutch) :
alleen niet de toegewijde dienaren van God.

37:161 فَإِنَّكُمْ وَمَا تَعْبُدُونَ
37:161
Fred Leemhuis (Dutch) :
"En jullie dan, en wat jullie dienen?

37:162 مَآ أَنتُمْ عَلَيْهِ بِفَـٰتِنِينَ
37:162
Fred Leemhuis (Dutch) :
Jullie kunnen niemand tegen Hem ophitsen,

37:163 إِلَّا مَنْ هُوَ صَالِ ٱلْجَحِيمِ
37:163
Fred Leemhuis (Dutch) :
behalve dan wie er braadt in het hellevuur.

37:164 وَمَا مِنَّآ إِلَّا لَهُۥ مَقَامٌ مَّعْلُومٌ
37:164
Fred Leemhuis (Dutch) :
Er is niemand van ons of hij heeft een vastgestelde positie.

37:165 وَإِنَّا لَنَحْنُ ٱلصَّآفُّونَ
37:165
Fred Leemhuis (Dutch) :
Maar wij, wij zijn het die zich in rijen opstellen

37:166 وَإِنَّا لَنَحْنُ ٱلْمُسَبِّحُونَ
37:166
Fred Leemhuis (Dutch) :
en wij, wij zijn het die lofprijzen."

37:167 وَإِن كَانُوا۟ لَيَقُولُونَ
37:167
Fred Leemhuis (Dutch) :
Zij zeiden steeds:

37:168 لَوْ أَنَّ عِندَنَا ذِكْرًا مِّنَ ٱلْأَوَّلِينَ
37:168
Fred Leemhuis (Dutch) :
"Als wij maar een vermaning hadden als van hen die er eertijds waren,

37:169 لَكُنَّا عِبَادَ ٱللَّهِ ٱلْمُخْلَصِينَ
37:169
Fred Leemhuis (Dutch) :
dan zouden wij Gods toegewijde dienaren zijn."

37:170 فَكَفَرُوا۟ بِهِۦ ۖ فَسَوْفَ يَعْلَمُونَ
37:170
Fred Leemhuis (Dutch) :
Toch hechtten zij er geen geloof aan, maar zij zullen het weten.

37:171 وَلَقَدْ سَبَقَتْ كَلِمَتُنَا لِعِبَادِنَا ٱلْمُرْسَلِينَ
37:171
Fred Leemhuis (Dutch) :
Ons woord was al eerder tot Onze dienaren, de gezondenen, gekomen.

37:172 إِنَّهُمْ لَهُمُ ٱلْمَنصُورُونَ
37:172
Fred Leemhuis (Dutch) :
Zij waren het aan wie hulp werd verleend.

37:173 وَإِنَّ جُندَنَا لَهُمُ ٱلْغَـٰلِبُونَ
37:173
Fred Leemhuis (Dutch) :
En Onze troepenmacht, zij zijn de overwinnaars.

37:174 فَتَوَلَّ عَنْهُمْ حَتَّىٰ حِينٍ
37:174
Fred Leemhuis (Dutch) :
Keer je dus tijdelijk van hen af.

37:175 وَأَبْصِرْهُمْ فَسَوْفَ يُبْصِرُونَ
37:175
Fred Leemhuis (Dutch) :
En kijk naar hen, zij zullen naar jou kijken.

37:176 أَفَبِعَذَابِنَا يَسْتَعْجِلُونَ
37:176
Fred Leemhuis (Dutch) :
Willen zij dan Onze bestraffing verhaasten?

37:177 فَإِذَا نَزَلَ بِسَاحَتِهِمْ فَسَآءَ صَبَاحُ ٱلْمُنذَرِينَ
37:177
Fred Leemhuis (Dutch) :
En wanneer die in hun gebied neerkomt zal dat een slechte morgen voor de gewaarschuwden zijn.

37:178 وَتَوَلَّ عَنْهُمْ حَتَّىٰ حِينٍ
37:178
Fred Leemhuis (Dutch) :
Keer je tijdelijk van hen af.

37:179 وَأَبْصِرْ فَسَوْفَ يُبْصِرُونَ
37:179
Fred Leemhuis (Dutch) :
En kijk, zij zullen naar jou kijken.

37:180 سُبْحَـٰنَ رَبِّكَ رَبِّ ٱلْعِزَّةِ عَمَّا يَصِفُونَ
37:180
Fred Leemhuis (Dutch) :
Geprezen zij jouw Heer, de Heer van de macht, verheven als Hij is boven wat zij toeschrijven.

37:181 وَسَلَـٰمٌ عَلَى ٱلْمُرْسَلِينَ
37:181
Fred Leemhuis (Dutch) :
En vrede zij met de gezondenen.

37:182 وَٱلْحَمْدُ لِلَّهِ رَبِّ ٱلْعَـٰلَمِينَ
37:182
Fred Leemhuis (Dutch) :
En lof zij God, de Heer van de wereldbewoners.